
Ruim een derde van de Nederlandse werkenden gebruikt AI voor z'n werk. Dat klinkt als veel, zeker voor iets wat er pas een paar jaar is, tot je beseft wat die groep ermee bereikt en hoe makkelijk de rest erbij zou kunnen horen.
Deze maand verscheen een van de meest omvangrijke onderzoeken naar AI-gebruik op de werkvloer tot nu toe. Onderzoekers van Harvard, de Federal Reserve en Goethe Universiteit Frankfurt ondervroegen meer dan 55.000 werkenden in zeven landen, waaronder Nederland.
Wat levert AI Nederlandse werkenden op?
Nederlandse AI-gebruikers besteden gemiddeld 7,2% van hun werkweek aan AI-tools. Ze rapporteren dat AI-gebruik hen 5,9% van hun werktijd bespaart. Dat wil zeggen dat je bij een werkweek van 40 uur je AI zo'n 3 uur gebruikt, en bespaar je er bovenop je tijdsinvestering er ruim 2 uur mee.
Dat is in lijn met wat experimenteel onderzoek vindt. De onderzoekers vergeleken de zelfgerapporteerde besparingen met resultaten uit gecontroleerde experimenten, van softwareontwikkelaars die 26% sneller taken afronden, tot consultants die 12% meer taken voltooien met hogere kwaliteit, tot klantenservicemedewerkers die 15% meer problemen per uur oplossen. De surveyresultaten passen in dat plaatje.

Wat doen mensen ermee?
De meest gebruikte toepassing is schrijven: 55% van de AI-gebruikers zet het in voor communicatie. Daarna komen informatie zoeken (51%), vertalen en samenvatten (46%), en het genereren van nieuwe ideeën (40%). Gemiddeld gebruikt een AI-gebruiker het voor vier verschillende soorten taken.
Het is dus geen nichetool voor developers. Het brede scala aan toepassingen verklaart ook waarom adoptie dwars door sectoren en beroepen heen loopt, al zijn er grote verschillen. In de IT en communicatiesector gebruikt bijna de helft van de werkenden AI. In de horeca is het minder dan een kwart.
Waarom gebruikt twee derde het niet?
Dit is waar het echt interessant wordt en de meeste winst te behalen valt. Want de tools zijn voor iedereen beschikbaar. ChatGPT, Claude en Gemini zijn gratis te gebruiken, waardoor het dus geen toegangsprobleem is.
De onderzoekers vroegen niet-gebruikers naar hun belangrijkste reden. De twee vaakst genoemde antwoorden in Nederland: "AI is niet nuttig voor mijn werk" en "ik heb er niet van gehoord." Dat laatste is opvallend, in 2026 zegt nog een substantieel deel van de werkenden dat ze niet weten wat generatieve AI is.
Maar de data laat ook iets zien dat belangrijker is dan individuele redenen. De sterkste voorspeller van of iemand AI gebruikt, is niet opleiding, niet leeftijd, niet sector. Het is of je werkgever je aanmoedigt om het te doen.
De kracht van een simpel signaal
De onderzoekers keken naar drie dingen die werkgevers kunnen doen: aanmoedigen, tools beschikbaar stellen, en training aanbieden.
Van de werkenden die door hun werkgever worden aangemoedigd om AI te gebruiken, maar géén tools of training krijgen, gebruikt 47% daadwerkelijk AI. Van de werkenden die geen aanmoediging krijgt: 10%. Een factor vijf verschil, puur gedreven door de werkgever.
Tools helpen ook (21% adoptie zonder aanmoediging maar mét tools), maar het effect is kleiner. En ook het effect van training valt in het niet als je het afzet tegen de aanmoediging van de werkgever. Natuurlijk kan een training ook vallen onder de vorm van aanmoediging van de werkgever en daarmee effectief zijn. Maar de makkelijkste winst ligt dus echt bij het signaal wat de werkgever geeft aan het team.
De onderzoekers vonden bovendien dat bedrijven met sterkere managementpraktijken, prestaties belonen, promoties baseren op resultaat, ondermaats presteren aanpakken, hun mensen vaker aanmoedigen om AI te gebruiken. Het is geen toeval dat AI-adoptie hoger is bij goed geleide bedrijven. Die bedrijven zijn gewend om nieuwe werkwijzen actief te omarmen.
Hoe Nederland ervoor staat
Met 36% adoptie zit Nederland in de kopgroep van Europa, naast Zweden en het VK. Ter vergelijking: in de VS is het 43%, in Italië 26%. Maar de intensiteit van gebruik laat zien dat er ruimte is. Amerikaanse AI-gebruikers besteden bijna 13% van hun werkweek aan AI, Nederlandse gebruikers 7%. En dat vooral doordat het organisatorische draagvlak verschilt.
Een opvallend detail: het verschil met de VS zit niet bij kleine bedrijven. Nederlandse werkenden bij bedrijven met minder dan tien medewerkers gebruiken AI net zo vaak als hun Amerikaanse collega's. Het verschil ontstaat bij grotere organisaties, precies daar waar aanmoediging, toolbeleid (zoals verboden) en managementcultuur het meest uitmaken.
En er is goed nieuws vanuit het onderzoek: er is geen verband gevonden tussen AI-adoptie en baanverlies. Niet in Nederland en niet daarbuiten. De angst dat AI banen kost, vindt vooralsnog geen steun in deze data.
Wat dit betekent voor jouw organisatie
De conclusie is vrij eenvoudig. De barrière voor AI-adoptie is in de meeste gevallen niet technisch en niet financieel. Het is psychologisch en organisatorisch.
Als je wilt dat meer mensen in je team AI gaan gebruiken, is de effectiefste interventie om dit structureel uit te spreken, aan te moedigen en te omarmen. Het is zeggen dat je het verwacht. Het benoemen in je weekstart. Het laten zien door het zelf te doen. Als nodig meer structurele (externe) hulp zoeken. Tools beschikbaar stellen helpt, maar zonder het bijbehorende signaal vanuit de werkgever blijft de adoptie laag.
De vraag is niet "welke AI-tool moeten we aanschaffen?" maar "wanneer heb ik voor het laatst tegen mijn team gezegd dat ze AI mogen (en moeten) gebruiken?"
Gebaseerd op "Mind the Gap: AI Adoption in Europe and the U.S." (NBER Working Paper 34995, maart 2026) door Alexander Bick, Adam Blandin, David J. Deming, Nicola Fuchs-Schündeln en Jonas Jessen.


