
Eerst even: hoe goed zijn deze modellen?
Het is verleidelijk om dit weg te wuiven als marketing. Dat zou een vergissing zijn, want de sprong in capaciteit is groot. Ik heb Fable de volle drie dagen dat het beschikbaar was gebruikt en wist niet wat ik meemaakte. Ja, ik ging heel snel naar mijn tokenlimieten, het is duur. Maar het is ook waanzinnig goed. Het model vond verbeteringen die Opus 4.8 nooit vond.
Ik kon dingen oplossen in een kwartiertje waar ik eerder zonder succes al uren op had zitten zwoegen. Het was geweldig.
Anthropic bracht Mythos in april 2026 uit als zijn krachtigste model tot dan toe. Tijdens intern testen bleek het zo sterk in code en security-onderzoek dat het duizenden onbekende kwetsbaarheden vond in vrijwel elk groot besturingssysteem en elke browser. Sommige van die gaten zaten al jaren in code die door talloze ontwikkelaars was nagekeken. Mythos vond ze in weken. Anthropic vond het model zo gevoelig dat het de toegang eerst beperkte tot een kleine groep partners, onder de naam Project Glasswing. Fable 5 is de publieke versie van diezelfde technologie, met harde grenzen ingebouwd: op hoog-risicogebieden zoals cybersecurity en biologie blokkeert het model en valt het terug op het bestaande Claude Opus 4.8.
OpenAI zit op hetzelfde niveau. De GPT-5.6-serie bestaat uit drie modellen: Sol als het zwaarste, Terra voor dagelijks werk en Luna voor snelheid en lage kosten. OpenAI claimt dat Sol op sommige coding-taken net iets beter is dan Mythos 5, en dat het vergelijkbare capaciteit haalt met een fractie van het tokenverbruik. De Amerikaanse overheid en OpenAI beschouwen het model intern als gelijkwaardig aan Mythos.
Onafhankelijke ranglijsten bevestigen dat beeld. Op de Intelligence Index van Artificial Analysis staat Fable 5 bovenaan, met Opus 4.8 en GPT-5.5 er net onder. De modellen doen wat er wordt beweerd, en ze worden elke paar maanden beter.
De nieuwe werkelijkheid: de noodrem staat in Washington
Wat er in juni gebeurde, is belangrijker dan welk model precies bovenaan staat.
Het bevel aan Anthropic om Fable offline te halen kwam van de Amerikaanse overheid. Het ministerie van Handel verbood toegang tot Fable en Mythos voor elke foreign national, binnen en buiten de VS, inclusief de eigen niet-Amerikaanse medewerkers van Anthropic. Omdat Anthropic gebruikers niet snel genoeg op nationaliteit kon scheiden, ging het enige wat technisch kon: alles uit, voor iedereen, diezelfde avond. De aanleiding was een gemelde jailbreak die de cyber-capaciteiten van Mythos zou kunnen ontgrendelen. Anthropic bestreed de zwaarte daarvan en noemde het een misverstand, maar voldeed aan de opdracht.
Daaronder ligt een bredere structuur. Begin juni tekende president Trump een executive order die AI-bedrijven vraagt hun zwaarste modellen tot dertig dagen voor release ter inzage aan te bieden, met inspraak van de overheid over welke trusted partners vooraf toegang krijgen. Op papier vrijwillig. In de praktijk een vergunningsregime, zoals een voormalig AI-adviseur van het Witte Huis het noemde. Het GPT-5.6-verhaal laat zien hoe dat uitpakt: OpenAI mocht starten met ongeveer twintig Amerikaanse partners wier deelname met de overheid was gedeeld, en zei er meteen bij dat het dit geen houdbare standaard vindt.
Let op het woordje dat ontbreekt in die executive order: bondgenoten. Er staat geen enkele clausule in die zegt dat Europa op de lijst hoort. Of wij snel toegang krijgen tot een nieuw topmodel, beslist Washington dus per keer..
Inmiddels lijkt de soep niet zo heet gegeten te worden als ze wordt opgediend. Op 26 juni gaf de overheid Anthropic toestemming om Mythos 5 weer beschikbaar te maken voor zo'n honderd Amerikaanse organisaties die kritieke infrastructuur beheren. Fable 5, het model voor het brede publiek, staat op het moment van schrijven nog uit, en het is goed mogelijk dat het binnenkort terugkeert. Wij denken alleen dat de terugkeer van Fable de les niet verandert. Het mechanisme blijft staan. De schakelaar zit bij een overheid aan de andere kant van de oceaan.
Waarom dit Europa harder raakt dan we graag toegeven
Europa heeft nauwelijks eigen grensverleggende modellen en weinig rekenkracht om ze te trainen.
Een groep Europese onderzoekers en beleidsmakers bracht in juni het scenario Europe 2031 uit, geschreven onder leiding van Daan Juijn van de Arq Foundation. Het is een fictief verhaal, maar geworteld in bestaande trends, en het zet de verhoudingen scherp. De Verenigde Staten huisvesten rond de tachtig procent van de wereldwijde AI-rekenkracht, Europa ongeveer vijf. De grootste AI-supercomputer in de VS draait op meer dan duizend megawatt, de grootste in Europa op tientallen. De Europese Gigafactories die dat gat moeten dichten, lopen jaren achter op schema. Het scenario beschrijft precies de dynamiek die we nu in het klein zien gebeuren: een Amerikaanse overheid die ontdekt dat toegang tot modellen een drukmiddel is, en geen reden heeft om dat middel uit handen te geven.
Je hoeft de donkerste afloop van dat verhaal niet te geloven om de kern serieus te nemen. Onze afhankelijkheid is dubbel geworden. We leunen op Amerikaanse aanbieders, en die aanbieders leunen sinds kort op hun eigen overheid voor toestemming om te leveren aan Amerikanen en al helemaal daarbuiten.

Mistral verdient onze aandacht
Als Europa één kaart heeft om uit te spelen, is het Mistral. Het Parijse bedrijf is opgericht in 2023 en heeft zich nadrukkelijk gepositioneerd als de soevereine optie: modellen die overheden en bedrijven op hun eigen infrastructuur kunnen draaien, buiten het bereik van Amerikaanse exportregels.
Die positie wint aan gewicht. Mistral haalde in september 2025 een Series C van 1,7 miljard euro op, geleid door ASML, en is naar verluidt in gesprek over een nieuwe ronde van zo'n 3 miljard euro tegen een waardering rond de 20 miljard. De omzet groeide hard, de klantenlijst telt inmiddels meer dan honderd grote organisaties, waaronder de overheden van Frankrijk, Duitsland en Griekenland. Het bedrijf werkt aan een eigen cybersecurity-model als alternatief voor Mythos, en oprichter Arthur Mensch waarschuwde de Franse Nationale Assemblee dat Europa een kort venster heeft om diepere afhankelijkheid te voorkomen.
Tegelijk moeten we eerlijk zijn over de schaal. Mistral heeft in totaal rond de vier miljard dollar opgehaald. De grote Amerikaanse labs zitten op een veelvoud daarvan. Als we zo doorgaan, gaat Mistral de algemene wapenwedloop om het allerbeste model niet winnen. En daar zouden we als Europa wat aan moeten doen. Niet alleen lopen we namelijk achter als het gaat om rekenkracht. Ook werken veel van de beste Europese AI-experts in Amerika, bij bedrijven als Alphabet, OpenAI en Anthropic. Waar er met deze bedrijven voor Europa niet direct veel mis lijkt te zijn, zit het gevaar er dus wel in dat zij vooral bezig zijn de Amerikaanse bedrijven betere AI-modellen te geven.
Open source als geschikt alternatief
Het tweede antwoord op afhankelijkheid ligt in open modellen, en daar is in een jaar tijd veel veranderd.
Neem GLM-5.2 van het Chinese Z.ai, half juni uitgebracht en vrij te downloaden. Onafhankelijke benchmark Artificial Analysis noemt het het beste open model ter wereld en plaatst het vierde overall, achter alleen de gesloten top van Fable 5, Opus 4.8 en GPT-5.5 (toen waren de nieuwste modellen van OpenAI nog niet gelanceerd). Het draait voor ongeveer een zesde van de prijs van GPT-5.5. En het meest veelzeggend: het model zou Mythos evenaren op het automatisch vinden van security-bugs, precies de capaciteit die als nationaal veiligheidsrisico werd aangevoerd om Mythos af te schermen.
Er zit wel een addertje onder het gras. Z.ai staat op de Amerikaanse Entity List, en wie het model via hun gehoste API gebruikt, stuurt data via China. Voor gevoelige workloads is dat geen optie. De oplossing zit in de aard van open source zelf: je draait het volledige model op je eigen infrastructuur en houdt de data binnen. Dan gebruik je de capaciteit zonder de aanbieder de sleutels te geven.
Niet elk probleem vraagt om een grensverleggend model. Voor veel dagelijks werk, samenvatten, vertalen, eenvoudige analyse, documentverwerking, is een klein model ruim voldoende.
Google bracht in april Gemma 4 uit onder een vrije Apache 2.0-licentie, in formaten van een paar gigabyte tot een model dat op een stevige laptop past. De kleinste versies draaien bijvoorbeeld prima op mijn iPhone 16 Pro, volledig offline, zonder dat er iets naar Google gaat. Er is geen API-sleutel nodig en geen abonnement. En er is geen overheid die de toegang kan dichtdraaien. Voor een groot deel van het werk dat organisaties echt doen, is dat genoeg, en is bijzondere hardware niet nodig.
De wake-upcall
Het is verleidelijk om opgelucht te zijn wanneer Fable straks weer aangaat en GPT-5.6 breder beschikbaar komt. Geniet ervan, maar blijf ook kritisch. De gebeurtenissen van juni laten zien hoe de wereld er nu uitziet, en die situatie verdwijnt niet als de modellen terugkomen.
Wat ons betreft trek je er een paar nuchtere conclusies uit. Bouw je werk niet zo dat het volledig afhankelijk is van één Amerikaanse API die van buitenaf kan worden uitgezet. Gebruik het beste Amerikaanse model waar het echt waarde toevoegt, en zorg er tegelijk voor dat je open modellen zelf kunt draaien, zodat je een terugvaloptie hebt die niemand kan intrekken. Houd gevoelige data binnen je eigen muren. En als je inkoopt, weeg dan mee wie het model bezit en wie het kan stilleggen, niet alleen wat het kost en hoe hoog het scoort.
Voor Europa is de boodschap simpeler nog. Het is tijd om wakker te worden. De afhankelijkheid is reëel, ze is dubbel, en ze laat zich niet wegregelen met een mooie speech over soevereiniteit. Het vraagt om rekenkracht op eigen bodem, om Europese aanbieders die echte omzet krijgen, en om de competentie binnen organisaties om open modellen draaiend te houden. Dat is werk dat nu gedaan moet worden.
De modellen zijn indrukwekkend. Daar zit de adder niet. De adder zit in de vraag wie bepaalt of je ze morgen nog mag gebruiken. Dat antwoord ligt op dit moment niet bij ons, en dat zouden we niet zomaar moeten accepteren.


